2020: onderwijs werd echt digitaal

Door de pandemie is de onderwijssector noodgedwongen overgeschakeld op leren op afstand. Onderwijsprofessionals zijn massaal aan de slag gegaan met ICT-middelen. Maar blijft dat zo?

Toen eerder deze maand scholen weer moesten sluiten, konden veel docenten terugvallen op eerdere ervaringen met onderwijs op afstand.

Veel scholen en onderwijsinstellingen die in maart plotsklaps dicht moesten, waren daar niet echt op voorbereid. Maar leraren bleken erg creatief in het bedenken van manieren om het onderwijs langs digitale weg in te richten, onder andere door instructiefilmpjes te maken en met groepen en individuele leerlingen te videobellen.

Scholen die al gewend waren in een digitale leeromgeving te werken, plukten daar de vruchten van. De meeste andere wisten zo’n leeromgeving snel en met enthousiasme tot stand te brengen, zo stelt de Onderwijsinspectie vast.

Met de digitale innovatie in het onderwijs schoot het in het verleden niet erg op. De coronacrisis kon dat weleens blijvend hebben veranderd, denkt het Rathenau Instituut (pdf). De geest kan blijvend uit de fles zijn geraakt en digitale onderwijsinnovatie in een stroomversnelling hebben gebracht.

Hoewel er zorgen zijn over de groeiende ongelijkheid die kan ontstaan doordat kinderen bijvoorbeeld thuis geen goede leeromgeving hebben en achterstanden oplopen, komen er ook veel positieve ervaringen naar boven die docenten willen behouden.

Kinderen met een ontwikkelingsstoornis raken bijvoorbeeld in de klas snel overprikkeld, maar thuis niet. Deze leerlingen hebben baat bij de extra duidelijkheid en structuur die de lessen op afstand hebben. Verder durven veel leerlingen vanuit huis meer vragen te stellen, ze worden zelfstandiger en actiever dan in de klas. Sommige leerlingen zijn opgebloeid aan de keukentafel.

Het meest in het oog springende nadeel van lesgeven op afstand: de afnemende sociale interactie tussen docent en leerling en tussen leerlingen onderling. In de digitale lessen ligt de focus vaak sterk op kennisoverdracht. Daardoor kan de sociale cohesie in de groep afnemen.

Groepsopdrachten, gericht op het versterken van die cohesie, blijken online moeilijker te realiseren. Leerlingen en studenten zijn dus meer op zichzelf aangewezen. Niet iedereen kan die zelfstandigheid aan, met name de zwakkere leerlingen en probleemgevallen kunnen dat niet.

Een ander probleem is dat lang niet overal in het land voldoende tablets en laptops beschikbaar zijn. Het kabinet trekt daarom nog eens 15 miljoen euro uit om leerlingen in het primair en voortgezet onderwijs van een tablet of laptop te voorzien zodat zij thuis onderwijs op afstand kunnen volgen. Met het geld kunnen zo’n 60.000 leerlingen worden ondersteund. Vanaf begin januari worden de eerste apparaten beschikbaar gesteld.

Docenten zijn verder veel tijd kwijt aan het maken van nieuwe lessen, opnemen van filmpjes, en het bedenken en klaarzetten van geschikte opdrachten. Wat op locatie goed werkt, werkt niet altijd goed online.

Thuis toetsen afnemen blijft nog een uitdaging. Vanwege de fraudegevoeligheid, experimenteren scholen met zogenoemde proctorsoftware. Dat roept echter weerstand op vanwege de privacygevoeligheid. Scholen verkennen daarom ook (een groter gebruik van) andere toetsvormen, zoals een openboektentamen, online presentaties of een essay schrijven.

Wat betreft de communicatie zijn scholen op buitenlandse partijen aangewezen. Microsoft Teams werd eerder dit jaar met 71,3 procent het meest door scholen gebruikt, gevolgd door Google Meet (43,1 procent) en Google Hangouts (26,8 procent).

Daar kleven volgens het Rathenau Instituut ook risico’s aan. Doordat het afstandsonderwijs in de meeste gevallen via tools als Microsoft Teams en Google Classroom wordt gegeven, neemt de invloed van deze grote technologiebedrijven op het onderwijs verder toe.

De verdienmodellen van deze bedrijven zijn gebaseerd op de verzameling en exploitatie van data. De vraag is of scholen, leerlingen en ouders voldoende zicht hebben op wat er met deze gevoelige gegevens gebeurt. Wanneer er een vendor lock-in ontstaat, waarbij klanten alleen tegen hoge kosten of met veel moeite kunnen overschakelen op een andere leverancier, kan de onderwijssector geen goede afspraken maken over dataverwerking en privacybescherming.

Ondanks de grote inspanningen die in de afgelopen periode door scholen en instellingen zijn geleverd, lukte het maar deels om te voldoen aan de kerntaken, constateerde de Onderwijsinspectie eerder dit jaar. Het bereik van afstandsonderwijs is weliswaar hoog, maar ook daarbinnen is er verlies aan leertijd. Ook bij leerlingen met extra ondersteuningsbehoeften is het bereik van afstandsonderwijs volgens de scholen relatief lager.

Onderwijs op afstand voert voorlopig nog de boventoon op roc’s, hogescholen en universiteiten. Hogeschool Inholland gaat zich het komende jaar richten op tachtig procent online onderwijs en twintig procent lessen op school. Het internetcollege lijkt dus een hoge vlucht te nemen.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

© | Alle rechten voorbehouden.
Powered by LinQxx.